In dit artikel:
Er speelt op dit moment een ontwikkeling die voor de Nederlandse imkerij grote gevolgen kan hebben. Steeds vaker wordt de vraag gesteld of honingbijen nog wel geplaatst mogen worden in of rond Natura 2000-gebieden. Dat klinkt misschien als een technisch-juridische discussie, maar voor imkers, honingliefhebbers en consumenten van lokale honing kan dit grote gevolgen hebben.
Het huidige probleem is namelijk veel groter is dan één natuurgebied, één imker of één discussie tussen ecologen en bijenhouders. In Nederland ontstaat steeds meer beleid waarbij het plaatsen van honingbijen in of rond natuurgebieden ter discussie wordt gesteld. Soms gaat het om Natura 2000-gebieden, soms om heideterreinen, soms om gemeentelijke natuurgebieden. Maar de onderliggende gedachte is steeds vaker dezelfde: honingbijen zouden mogelijk druk zetten op wilde bijen, hommels of andere insecten en een negatief effect kunnen hebben op de flora.

Voor veel mensen klinkt dat misschien als een technisch verhaal. Maar voor imkers is dit een directe bedreiging voor de toekomst van het vak. Als bijenkasten straks op steeds meer plekken niet meer welkom zijn, wordt het steeds moeilijker om gezonde bijenvolken te houden, Nederlandse honing te produceren en bestuivingsdiensten te leveren.
Het gaat dus niet alleen over imkers. Het gaat ook over Nederlandse honing, fruitteelt, zaadteelt, biodiversiteit en de vraag of wij in Nederland nog ruimte willen geven aan de honingbij. Het gaat dus ook om voedselzekerheid!

Bijenkasten worden op steeds meer plekken beperkt
Dat dit geen theoretische discussie meer is, blijkt bijvoorbeeld uit Ermelo. De gemeente Ermelo heeft nieuwe regels ingevoerd voor het plaatsen van bijenkasten op de Ermelosche Heide en het Houtdorper- en Speulderveld. Op de gemeentelijke website staat dat imkers zich kunnen inschrijven voor maximaal 80% van de beschikbare plaatsen. Dat komt neer op maximaal 28 kasten voor de Ermelosche Heide en 48 kasten voor het Houtdorper- en Speulderveld.
Volgens lokale berichtgeving wil Ermelo het aantal bijenkasten fors terugbrengen: waar het eerder kon oplopen tot honderden kasten, wordt nu gesproken over een maximum van 96 kasten. De motivatie is bescherming van wilde bijen en vermindering van druk op de natuur.
Voor veel mensen klinkt dat misschien redelijk. Maar voor imkers is dit een duidelijk signaal: het beleid beweegt richting beperking, plafonds, vergunningen en selectieprocedures. Vandaag gebeurt dat op de heide. Morgen kan dat bij riviergebieden, bossen, dijken, uiterwaarden en andere bloemrijke natuur.
Voor imkers is dit een zorgelijke ontwikkeling. Niet omdat elk gebied onbeperkt vol bijenkasten moet staan, maar omdat honingbijen steeds vaker bij voorbaat als probleem worden gezien. Als die lijn doorzet, verdwijnen bijenvolken juist uit de gebieden waar nog voldoende bloei en nectar te vinden is.
Lees ook het artikel dat ik eerder op foodlog schreef over deze kwestie:
Natura 2000 en bijenhouden: van overleg naar verbod?
Ook rond andere Natura 2000-gebieden wordt steeds vaker gekeken naar de rol van bijenvolken. Natura 2000 is bedoeld om kwetsbare natuur te beschermen. Daar is niets mis mee. Natuurlijk moeten bijzondere natuurgebieden zorgvuldig worden beheerd.
Maar de vraag is wat er gebeurt als honingbijen bij voorbaat als risico worden gezien. Dan kan elk bijenvolk in of rond een beschermd gebied onderwerp worden van discussie. Moet er een vergunning komen? Moet er een voortoets plaatsvinden? Mag een imker nog wel bijen plaatsen als niet volledig zeker is dat er geen enkel effect optreedt?
Daar zit voor de imkerij het gevaar. Niet omdat imkers tegen natuur zijn, maar omdat de spelregels langzaam zo zwaar kunnen worden dat bijenhouden praktisch onmogelijk wordt.
Een vergunningstelsel klinkt op papier als een oplossing. In de praktijk kan het neerkomen op een nulbeleid. Als de houding wordt dat gehouden honingbijen niet thuishoren in kwetsbare natuur, dan worden vergunningen simpelweg niet of nauwelijks verleend. Dan is “vergunning aanvragen” geen oplossing meer, maar een omweg naar verdwijnen.
Dit raakt ook hobbyimkers
Sommige mensen denken dat dit alleen beroepsimkers raakt. Dat is niet zo. Ook hobbyimkers plaatsen bijen bij heide, fruit, natuurgebieden of bloemrijke landschappen. Ook lokale verenigingen krijgen te maken met regels, plafonds en selectieprocedures.
Als gemeenten, provincies en natuurbeheerders steeds vaker gaan bepalen hoeveel bijenvolken nog “acceptabel” zijn, raakt dat de hele imkerij. Vandaag een beperking voor beroepsimkers. Morgen een maximum voor verenigingen. Daarna misschien een vergunningplicht voor iedereen die bijen bij een natuurgebied wil plaatsen.
Voor veel hobbyimkers is een bijenstand bij een natuurgebied bovendien geen commerciële activiteit, maar een manier om dicht bij de seizoenen en het landschap te blijven. Juist lokale imkerverenigingen beheren vaak al jarenlang vaste standplaatsen in overleg met terreinbeheerders. Als zulke plekken verdwijnen, verdwijnt ook een stuk praktische bijenkennis uit de regio.
Dat is waarom dit onderwerp zo belangrijk is. Het gaat niet alleen om een paar bijenkasten op een mooie plek, maar om de vraag of er in Nederland straks nog ruimte blijft voor gewone imkers
De discussie over honingbijen en wilde bijen wordt te snel versimpeld
Veel beleid leunt op de gedachte dat honingbijen voedselconcurrenten zijn van wilde bijen. Maar die redenering is vaak te simpel. Dat honingbijen en wilde bijen soms dezelfde bloemen bezoeken, betekent nog niet automatisch dat wilde bijen daardoor achteruitgaan.
Dan moet je kijken naar de draagkracht van het gebied. Is er werkelijk voedseltekort? Zijn er minder nesten? Dalen populaties? Komt dat door honingbijen of door gebrek aan bloemrijkdom, nestgelegenheid, verkeerd maaibeheer, stikstof, droogte of versnippering?
In een discussie op Foodlog werd dat scherp verwoord door Dick Veerman:
“Wil je weten of een soort schadelijk is voor een andere dan moet je kijken naar de draagkracht van het gebied.”
Dat is precies waar het om draait. Niet de simpele vraag of honingbijen en wilde bijen op dezelfde bloem kunnen zitten, maar de vraag of een gebied onvoldoende voedsel en leefruimte heeft voor gezonde populaties.
Ook Jacques van Alphen, oud-hoogleraar ecologie, benadrukte in diezelfde discussie dat goed onderzoek de basis moet zijn voor natuurbeleid:
“Mijn verhaal is een pleidooi voor goed wetenschappelijk onderzoek als basis voor beslissingen over natuurbeheer.”
Dat klinkt logisch, maar in de praktijk lijkt beleid soms harder te gaan dan het onderzoek.
Voorzorg mag geen automatisme worden
Natuurlijk begrijpen wij dat natuurbeheerders voorzichtig willen zijn. Wilde bijen en andere insecten staan onder druk. Dat is waar. Maar voorzorg mag geen automatisme worden waarbij honingbijen zonder harde onderbouwing worden geweerd.
Want dan ontstaat een gevaarlijke redenering: omdat niet alles honderd procent zeker is, weren we voor de zekerheid de imker. Die lijn klinkt veilig, maar kan in de praktijk desastreus uitpakken voor de imkerij.
In dezelfde Foodlog-discussie schreef een reageerder bijvoorbeeld dat hij als natuurbeheerder zou zeggen: “uit voorzorg geen honingbijen in/nabij natuurgebieden.” Dat soort uitspraken laten zien waar het risico zit. De discussie verschuift dan van feiten naar grondhouding: honingbijen worden niet meer gezien als onderdeel van het landschap, maar als iets dat bij voorbaat verdacht is.
Lees ook het artikel van Jaques van Alphen:
Als beleid harder gaat dan het bewijs, komt de imkerij in de knel
Voor u lijkt dit misschien vooral een discussie tussen imkers, ecologen en overheid. Maar onder de oppervlakte speelt een belangrijke vraag: mag een overheid bijenvolken beperken of weren op basis van mogelijke effecten, of moet eerst duidelijk zijn dat daar ook echt voldoende onderbouwing voor is? Juist dat punt maakt deze ontwikkeling zo belangrijk voor de toekomst van de Nederlandse imkerij.
Het belangrijkste punt is dat deze discussie juridisch nog niet klaar is. Het plaatsen van bijenvolken in of rond een natuurgebied is niet automatisch een vergunningplichtige Natura 2000-activiteit. Daarvoor moet eerst duidelijk zijn dat er sprake kan zijn van significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelen van dat gebied.
Dat onderscheid is belangrijk. Natuurlijk bezoeken honingbijen bloemen. Natuurlijk hebben bijen invloed op hun omgeving. Maar dat betekent nog niet dat zij aantoonbare schade veroorzaken aan beschermde natuurdoelen. Er is een groot verschil tussen “er is een mogelijk effect” en “er is juridisch voldoende onderbouwd dat dit effect significant is”.
Juist daar zit volgens ons de kern van de zaak. Veel onderzoeken laten zien dat honingbijen en wilde bestuivers soms dezelfde bloemen bezoeken. Maar daarmee is nog niet bewezen dat wilde bijenpopulaties achteruitgaan door honingbijen. Ook is daarmee nog niet bewezen dat bijenvolken zorgen voor verslechtering van Natura 2000-gebieden.
Het standpunt van de BVNI en imkers
De BVNI, de beroepsvereniging van Nederlandse imkers, volgt deze ontwikkeling met grote zorg. Samen met andere imkerorganisaties wordt gekeken hoe hierop gereageerd moet worden. De eerste lijn is duidelijk: voordat imkers richting vergunningen, voortoetsen of beperkingen worden geduwd, moet eerst juridisch helder zijn of daar wel voldoende basis voor is.
Dat is geen weigering om mee te denken. Imkers begrijpen dat natuurgebieden zorgvuldig beheerd moeten worden. Ook begrijpen wij dat grote concentraties bijenvolken op sommige plekken vragen kunnen oproepen. Maar maatregelen moeten wel gebaseerd zijn op feiten, goed onderzoek en een juiste juridische onderbouwing.
Wat wij willen voorkomen, is dat honingbijen uit voorzorg steeds verder worden geweerd, zonder dat is aangetoond dat zij daadwerkelijk de oorzaak zijn van achteruitgang van wilde bestuivers of natuurdoelen. Als die lijn eenmaal wordt ingezet, kan dat gevolgen hebben voor heel Nederland.
Onderzoek moet zorgvuldig worden gebruikt
Onderzoeken naar honingbijen, wilde bijen en bloembezoek zijn belangrijk. Maar zulke onderzoeken moeten wel goed worden geïnterpreteerd. Een telling van insecten op bloemen laat zien wat op dat moment op die plek is waargenomen. Het bewijst nog niet automatisch dat er voedseltekort ontstaat, dat wilde bijen minder nesten maken of dat populaties verdwijnen.
Ook moet goed worden gekeken naar de plek en methode van onderzoek. Zijn de tellingen representatief voor het hele gebied? Is er gekeken naar de draagkracht van het landschap? Zijn er meerdere jaren onderzocht? Is er gekeken naar de werkelijke oorzaken van achteruitgang, zoals bloemarmoede, stikstof, verkeerd maaibeheer, droogte of gebrek aan nestgelegenheid?
Als onderzoek te snel wordt vertaald naar beleid, ontstaat het risico dat imkers worden beperkt op basis van aannames in plaats van harde conclusies.
Waarom dit iedereen aangaat
Dit gaat niet alleen over imkers. Dit gaat ook over de vraag hoe wij in Nederland omgaan met natuur, landbouw en bestuiving. Honingbijen spelen een belangrijke rol in de bestuiving van fruit, zaden en gewassen. Daarnaast leveren zij Nederlandse honing, een streekproduct dat rechtstreeks verbonden is met het landschap.
Als imkers steeds minder ruimte krijgen, verdwijnt er meer dan alleen een paar bijenkasten. Dan verdwijnt ook kennis, ervaring, bestuivingscapaciteit en een eeuwenoude verbinding tussen mens, bij en landschap.
Daarom vinden wij dat deze discussie niet in stilte mag plaatsvinden. Consumenten, natuurliefhebbers, imkers, boeren en beleidsmakers moeten weten wat hier op het spel staat.
Oproep: juridische kennis gezocht
Omdat deze kwestie juridisch complex is, zoeken wij ondersteuning van iemand met kennis van omgevingsrecht, natuurbeschermingsrecht of Natura 2000-regelgeving. Denk bijvoorbeeld aan een jurist, advocaat, oud-jurist of gepensioneerde specialist die het belangrijk vindt dat deze ontwikkeling zorgvuldig wordt beoordeeld.
Wij zoeken iemand die met ons mee kan kijken naar de juridische basis onder dit beleid. Niet om natuurregels te omzeilen, maar om te voorkomen dat de imkerij onterecht in een vergunningstelsel of verbodssituatie terechtkomt zonder voldoende onderbouwing.
Heeft u of kent u iemand met juridische kennis van Natura 2000, omgevingsrecht of bestuursrecht, en wilt u met ons meedenken? Neem dan gerust contact met ons op. Uw hulp kan van grote waarde zijn voor de toekomst van de Nederlandse imkerij.
Ook de Aziatische hoornaar vormt een steeds grotere bedreiging van de imkerij! Steun je ons met bestrijden?
-
Steun financieel ons werk om de Aziatische Hoornaar te bestrijden! Uw gift…€10,00 -
Steun financieel ons werk om de Aziatische Hoornaar te bestrijden! Uw gift…€25,00 -
Steun financieel ons werk om de Aziatische Hoornaar te bestrijden! Uw gift…€50,00 -
Steun financieel ons werk om de Aziatische Hoornaar te bestrijden! Uw gift…€100,00 -
Steun financieel ons werk om de Aziatische Hoornaar te bestrijden! Uw gift…€250,00






